Combineer je loket kinderopvang met extra maatwerk voor kansengroepen

De bestaande succesvolle meldpunten kinderopvang zijn een model dat in elk lokaal bestuur moet worden toegepast. Dat melden de kranten, op basis van de communicatie van de Vlaamse minister van welzijn over zijn ontwerp van decreet. En terecht, voor het merendeel van de ouders kan een fysiek of een online meldpunt waar vraag en aanbod verzameld worden een instrument zijn waardoor je niet meer op twintig wachtlijsten moet gaan staan en ettelijke telefoons plegen.

Volgens het ontwerp van het decreet zijn dit de taken van de “lokale loketten kinderopvang”:

  • coördineren van de registratie van vragen naar opvangplaatsen
  • informeren van de gezinnen over vrije opvangplaatsen
  • uitbouwen van een netwerk van organisatoren kinderopvang
  • bundelen van informatie, advies

Samenwerken rond meldpunten

In de regio Kortrijk werkt men al langer rond deze problematiek, met de gemeenten en de ocmw’s en met de ondersteunende streekstructuren. Zo is in het actieplan van Resoc Zuid-West-Vlaanderen afgesproken dat rond dergelijke meldpunten en rond kinderopvang in het algemeen steviger moet worden samengewerkt.

Kansengroepen bereiken via maatwerk

Laaggeschoolde ouders, allochtone ouders en alleenstaande moeders zijn de typische kansengroepen die ondervertegenwoordigd zijn bij de bestaande kinderopvanginitiatieven. Dit zijn ook de groepen die een gerichte aanpak nodig hebben, en die via maatwerk tot bij het aanbod moeten worden gebracht.
De overgrote groep van autochtone geschoolde tweeverdieners geraakt relatief snel bij de nodige informatie, en heeft ook het snelst baat bij fysieke loketten of online meldpunten. Voor die groep zal het initiatief van de minister dus het snelst resultaat opleveren. Voor de kansengroepen zullen lokale besturen meer genuanceerde en gerichte methodes moeten ontwikkelen. Het zal niet volstaan om een stukje in de infokrant van de gemeente te plaatsen.

Werken aan aanbodzijde

Meldpunten proberen de vraagzijde te bewerken. Meldpunten en andere initiatieven helpen om de doelgroep tot bij het aanbod te brengen. Maar wat betreft kinderopvang zit het probleem veeleer aan aanbodzijde. In een aantal gemeenten is er gewoon geen of te weinig aanbod, en moet je al bijna voor je zwanger bent solliciteren naar een plek voor je baby.
Het meldpunt mag dan nog zo goed functioneren, er mag al een kansenbeleid zijn, als er aan aanbodzijde geen wijziging komt staan we even ver. Ook dat probleem wil het ontwerp van decreet counteren.

Instrumenten generiek maken?

Lokale besturen verwijten de Vlaamse Overheid vaak dat de Vlaamse sectorale aanpak een integrale aanpak verhindert. Het verplicht maken van een meldpunt kinderopvang in een decreet is zo een voorbeeld. Een instrument wordt generiek gemaakt. Zou het niet wijzer zijn om lokale besturen een bepaald resultaat te vragen in plaats van een instrument op te leggen? Misschien is een bepaald lokaal bestuur meer gebaat met extra investeringen in maatwerk, in het beter detecteren van kansengroepen voor kinderopvang, in het stimuleren van aanbodzijde?
Een enquête van de VVSG bij de lokale besturen wijst anderzijds uit dat het merendeel van de lokale besturen nu al voorziet in een aanspreekpunt voor kinderopvang en ook voorstander is om het loket kinderopvang te organiseren.

De vraag is of de lokale besturen voor het oprichten van de verplichte meldpunten of loketten ook extra zullen ondersteund worden vanuit de Vlaamse Overheid. Lokale besturen waren al verantwoordelijk als regisseur, het meldpunt komt daar nu bij. Deze zin is alvast hoopgevend in het ontwerp van decreet: “De Vlaamse Regering kan nadere regels ontwikkelen en budget voorzien op basis waarvan Kind en Gezin een subsidie kan toekennen aan de initiatiefnemer of de structuur die de organisatie van een lokaal loket kinderopvang op zich neemt, om de opdrachten van dat loket te kunnen waarmaken”

Samenwerken in een regio mag, maar op beperkte schaal: “Een lokaal loket kinderopvang is lokaal georganiseerd, in die zin dat in elke gemeente één lokaal loket aanwezig moet zijn. Samenwerking tussen verschillende gemeenten is mogelijk, binnen de grenzen van de zorgregio’s niveau kleine stad.”