Briefing voor een passerend president

Beste president Obama,

Als u straks boven onze streek vliegt in uw Marine One, vergeet dan niet door de raampjes te kijken. U vliegt natuurlijk zoveel en bent intussen al zo gewoon om de wereld vanuit het Google Earth perspectief te bekijken zodat u tijdens uw korte vluchten misschien liever een boek leest. Alvast een eerste tip bij de voorbereiding op uw nakend bezoek aan Waregem: geef uw ogen de kost, want van op de snelweg zal u maar een fragment van de streek zien. Uw adviseurs hebben vermoedelijk wel een briefing voorzien over uw bestemming, maar hier krijgt u nog wat extra. Een mens kan niet genoeg geïnformeerd zijn.

Het is een hele eer om u te gast te krijgen in deze regio, en dan nog op uw allereerste bezoek aan ons land. De vorige keer dat een president van de Verenigde Staten tot hier kwam was het 1999. George Bush senior was toen al ex-president bij zijn bezoek aan een feestje van Roger De Clerck. Margaret Thatcher was er overigens ook bij.
Uw bezoek heeft wel een nobeler doel. U wil in Waregem de Amerikaanse doden herdenken die gesneuveld zijn in de Groote Oorlog door een bezoek aan de begraafplaats. 368 grafzerken getuigen er over de strijd die in het laatste oorlogsjaar geleverd is in de Spitaalsbossen. Een kleine duizend van uw landgenoten lieten het leven in die bossen, de meeste soldaten zijn in uw thuisland begraven.

De Rode baron

U zal straks met uw Black Hawks en Marine One landen op een vliegveld dat door de Duitsers is aangelegd in 1916. Wat we nu de “internationale luchthaven Kortrijk-Wevelgem” noemen, was midden de Groote Oorlog een strook grond vanwaar Duitse verkennings- en jachtvliegtuigen opstegen. In 1917 was de Rode Baron er actief. Manfred von Richthofen was de Duitse vliegenier die zijn persoonlijk Fokker-vliegtuig liet rood schilderen om op die manier zichtbaar zijn spierballen te rollen. Na tachtig neergehaalde vliegtuigen vond hij zelf de dood in de Somme.
Getuige de foto’s die we intussen van uw Black Hawks hebben gezien pakt u het met hun zwarte outfit discreter aan.

Armoede in een welvarende regio

Na het uitstappen gaat het het straks voort met de wagen. U zal niet in de file hoeven te staan aan de oprit van de R8 in Bissegem, en u zal deze ringsnelweg zonder hinder kunnen berijden. Aan honderd kilometer per uur, zo lezen we in de krant. En met een grote zware wagen die men The Beast noemt. We zullen moeten blokrijden voor en achter u, zegt de krant. Niet echt gebruikelijk op onze Vlaamse snelwegen waar een hiërarchie heerst tussen de gebruikers van de rijstroken. Uw type wagen is eveneens niet echt gebruikelijk in deze regio. Anderzijds is het niet zo uitzonderlijk dat men zich hier in grote wagens verplaatst, meestal overigens van Duitse makelij en met een zwarte kleur.

U komt immers terecht in één van de meest welvarende streken van Vlaanderen. Een deelregio van België die het overigens ook al niet zo slecht doet. Het Noorden van Frankrijk ligt heel dicht bij uw landingsplaats, Le Nord is een regio met werkloosheidscijfers van tien tot vijftien procent, met pieken van zeventien procent. Een groot verschil dus met de regio waar u een paar uur in vertoeft.
Niet dat wij hier geen problemen hebben. In onze steden en gemeenten is armoede te vinden, voor en achter de huizengevels. Sedert de economische crisis is die armoede zelfs sterk toegenomen. Tot meer dan vijftien procent van de bevolking in onze centrumstad leeft in armoede. Dit is bovendien de regio in Vlaanderen met de meeste depressies, de geestelijke gezondheidszorg heeft handenvol werk. Net zoals het geval is in uw land kan je op één kilometer van rijkdom naar armoede wandelen.
Maar globaal gezien is deze regio welvarend, getuige alleen al het immer lage werkloosheidscijfer.

Tapijtenboulevard

Die welvaart hebben we hier te danken aan werkkracht, zin om te innoveren en een flinke portie chance. De Golden River was tot laat in de voorbije eeuw de bijnaam van de Leie. Vlas, linnen en textiel hebben deze streek sterk en bekend gemaakt tot ver in de wereld. En toen de textielfabrieken één na één de deuren sloten zijn we telkens opnieuw met andere producten aan de slag gegaan.
U rijdt straks tussen Kortrijk en Waregem op de E17, deze strook van de snelweg werd hier wel eens de tapijtenboulevard genoemd. Tapijtfabriek na tapijtfabriek zag hier in de Golden Sixties het leven. U moet overigens eens een boek lezen van Tom Lanoye, onze beste auteur. In “Het goddelijke monster” beschrijft hij op weergaloze wijze de zeden en de gewoonten in de West-Vlaamse business.
Weet u overigens wat de economische kracht is van deze streek? Dat het hier vol zit met KMO’s. Kleine familiale bedrijven, die flexibel omgaan met nieuwe uitdagingen. Een tegenslag werd hier de voorbije decennia vaak omgezet in een opportuniteit. De sterkte zit hier dus vooral bij de kleintjes.
Maar we hebben ook grote “boîtes” in huis, kijk maar naar de vorkheftrucks straks aan uw rechterzijde, of de staaldraad- of hekkenfabrieken die u in de verte kan zien liggen. Op uw tocht bent u zelfs even langs de producent gepasseerd van de schermen die ze bij uw leger in de toestellen inbouwen. Dezelfde firma produceert ook de grote schermen die ze in uw land vaak gebruiken bij festivals.

Het “Texas van Vlaanderen” werd het hier langs de tapijtenboulevard genoemd. Een naam die velen nu niet meer graag horen, omdat het de negatieve bijklank heeft van gesjoemel en cowboygedrag. Maar een naam die anderen hier nog koesteren door het uitreiken van gouden lasso’s aan succesvolle ondernemers.
Overigens, nog een tip: nu u toch passeert aan Kortrijk, misschien moet u even langsgaan bij de oud-burgemeester van die stad. De cowboys van uw veiligheidsdienst zouden onlangs ingebroken hebben op de servers van het telecombedrijf waarvan de oud-burgemeester nu voorzitter is geworden. Misschien kan u even aanbellen en de zaak uitleggen. Voor het andere telecombedrijf dat hier actief is ligt de zaak alvast eenvoudiger, het is al in Amerikaanse handen.

De vlaggen hangen er (ook) voor u

U ziet misschien veel Amerikaanse vlaggen hangen, turend door de raampjes van The Beast, op uw achttien kilometer lange rit. U zou kunnen vermoeden dat de West-Vlaamse zakenzin weer toeslaat.
Neem het niet persoonlijk op, eigenlijk exporteren we relatief nog niet zoveel naar uw land. De omliggende landen zijn onze grootste exportmarkt. En als ze buiten Europa gaan, brengen de West-Vlamingen hun goederen voornamelijk naar Saoedi-Arabië, China, Turkije en India. Maar wat niet is kan nog komen. U gebruikt in uw land tenslotte al verkeerssystemen van bij ons, tapijten en beeldtechnologie. Uw Chinese collega was hier overigens ook beter gepasseerd, in plaats van panda’s te gaan bekijken, maar soit.
We zijn dus een beetje mercantiel, of noem het eufemistisch ‘gedreven’, maar beschouw de vlaggen eerder als een vorm van sympathie voor u als persoon.

Yes we can

We hebben jaren onze streek ingericht met infrastructuur, grote fabrieken, veel ruimte die gespendeerd wordt aan ondernemen en autoverkeer. We spiegelden ons graag aan uw land. Onze eigen “captains of industry” deden business in de States en brachten ideeën mee. Er zijn kilometers snelwegen aangelegd, verkeerswisselaars, bedrijventerreinen die aanknoopten op de autowegen. In het zuiden van Kortrijk rees midden de akkers een universiteit uit de grond, een expogebouw en hogescholen zagen het licht. De sixties lachten ons toe. Het waren investeringen die de moeite waard waren, getuige het sterke economisch weefsel. “Yes we can” heeft u als slogan in de markt geplaatst, maar hier zit die voluntaristische focus op “doen” al decennia als mentaliteit tussen de oren.

Tegelijk is de voorbije decennia een besef gegroeid dat ruimte en leven kostbaar zijn, dat als je de arbeiders en bedienden van die vele bedrijven in de streek wil houden, die streek ook leefbaar en aantrekkelijk moet zijn. De economische crisis deed ons de waarde van de dingen beseffen, de klimaatcrisis bracht ons tot het inzicht dat omgevingskwaliteit ook investeringen waard is. U zag daarnet overigens aan uw rechterzijde de hoge windturbines die het centrum van onze regio markeren. We hebben die vier ranke turbines de Daltons gedoopt. U weet het intussen wat betreft onze affiniteit met cowboys en Texas. Weet u trouwens dat de tekenaar van Lucky Luke, Morris, een streekgenoot van ons is?

Nog een suggestie, meneer de president: kom de volgende keer ‘ns met de boot of met de fiets. De Leie is een geweldige rivier om over te varen. Dat vinden straks ook de kapiteins van de megaschepen die hier straks zullen passeren op hun weg tussen Seine en Schelde. En van op het water ziet u deze streek nog veel beter: een aaneenschakeling van stad en groen. Met de fiets kan u routes volgen langs het water, over rollende heuvels, langs akkerland en een paar streepjes bos.
En als u de volgende keer toch liever met The Beast komt, neem dan ook niet die snelweg, maar kom eens kijken in de steden en de dorpen van Zuid-West-Vlaanderen. U zal beton zien, asfalt, lelijke steenwegen, maar ook veel groen, velden, akkers, stille dorpen en levendige gemeenten.
We zouden u ook kunnen suggereren dat u de volgende keer het traject tussen Brussel en deze streek met de trein doet. Maar dan neemt u best wat tijd. Het aanbod en het aantal opstapplaatsen vallen wel mee. Maar onlangs moesten we hier vaststellen dat de trein er in de negentiende eeuw sneller over deed om naar en van de hoofdstad te rijden dan nu het geval is. Maar u kan lezen tijdens de treinrit, de tip over Tom Lanoye heeft u intussen reeds op zak.

De Groote Oorlog

Straks gaat u terug naar Brussel met de helikopter om te gaan praten in de Bozar. Een beetje jammer overigens, we hadden u een perfecte plek kunnen bieden in de Budafabriek of de Budascoop in Kortrijk.
Dit is de laatste tip, meneer de president. U bent een president van de vrede. Dat heeft u al deels bewezen. Voor u de helikopter instapt kan u misschien nog een paar kilometer verder rijden met uw escorte. Een klein ommetje maar. U kan nog even langsgaan op de Duitse militaire begraafplaats op de grens tussen Wevelgem en Menen. Hier liggen 47.864 soldaten begraven die sneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog, de grootste Duitse begraafplaats van België. En als u nog meer tijd zou hebben zou u de vele monumenten en begraafplaatsen kunnen bezoeken langs de Ieperboog en in de Somme. Honderdduizenden hebben hier het leven gelaten, waarbij ook veel overzeese soldaten.

Meneer de president, alvast bedankt om te komen. Het is een mooi evenement voor onze regio. Het is een bezoek dat we ons zullen herinneren. En mocht u bij uw volgend bezoek weer een briefing willen, met plezier!